Tijdens onze reis door Noorwegen letten we even niet op en voor we het weten rijden we op een weg die helemaal níet in de planning stond. Gelukkig maar, want deze ‘fout’ blijkt één van de mooiste verrassingen van de hele trip. Welkom op de Gamle Strynefjellsvegen: de verkeerde afslag die onze dag maakt.
Een afslag die níemand zag aankomen
We rijden zó lekker. Vlassig zonnetje, koffie die nog net niet over de rand klotst en een playlist die voor het eerst in de geschiedenis niet halverwege overschakelt naar kerstnummers uit 2003. Wij in volle flow. Tot we ineens op een weg rijden waarvan we denken: “Hé, dit ziet er wel héél spectaculair uit voor een simpele afslag.”
Je knippert één keer. Eén onschuldig momentje van onoplettendheid en hoppa, daar zitten we dan op de Gamle Strynefjellsvegen. Een provinciale weg dat zich gedraagt alsof het auditie doet voor een natuurdocumentaire.
We zitten op een 27 kilometer lange gravelweg die ooit de enige verbinding vormde tussen Oost- en West-Noorwegen. Gebouwd in 1881 door mensen met meer lef dan gezond verstand. En het was pas 13 jaar later klaar. Niet omdat ze zo traag waren, maar omdat de Noorse bergen nu eenmaal niet even opzij gaan.
Ik kijk om me heen. Dit is geen weg. Dit is een verhaal.
En dan die omgeving.
Alsof iemand een buitenaardse filmset heeft neergezet en vervolgens vergeten is ’m weer op te ruimen. Ruwe rotsen. Maanlandschap. Sneeuwvelden die koppig blijven liggen. En dat midden in de zomer. De Tystigbreen-gletsjer staart ons aan alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat wij hier voorbij komen razen met een daktent die vrolijk meedeint alsof ’ie auditie doet voor een rol in die natuurdocumentaire.
We kijken elkaar aan en denken hetzelfde, maar spreken het pas minuten later uit. Te druk met ademen, staren en foto’s maken. “Waar zíjn we beland? En waarom stond dit niet op onze planning?”
Een onverwachte parel
Het voelt als een kado. Een onverwachte parel. Niet gepland, maar hadden we absoluut niet willen missen! Een soort Noorse knipoog: “Laat mij jullie route even finetunen.”
Naar later blijkt rijden we dus een rondje. Niet efficiënt. Niet logisch. Maar wel prachtig. Het soort rondje waarover je achteraf opschept en zegt dat het echt wel de bedoeling was.
Als we weer op de ‘goede’ weg belanden, zijn we het roerend eens: “Sommige afslagen zijn het waard om verkeerd te nemen”.
Hierna letten we natuurlijk wel iets beter op. We wagen een poging. In werkelijkheid is de kans groter dat we weer het volgende zijpad induiken omdat het “wel leuk lijkt”.
Maar hé, iemand moet dit soort omwegen testen. Daar zijn we goed in. Weliswaar zonder garanties. Behalve garantie op fantastisch uitzicht. Vroeg of laat.