Een goede voorbereiding is het halve werk. En daar zijn we best goed in. Niet zomaar een beetje. Maar echt goed. Alles heeft een vaste plek. De spullen zitten in bakken, ieder heeft zijn eigen taken en zelfs de toilettas staat altijd goed gevuld klaar voor vertrek. Wij vergeten dus praktisch nooit iets. Praktisch.
Niets vergeten? Natuurlijk niet!
De avond voor vertrek worden de boodschappen bezorgd en smeren we alvast broodjes voor onderweg. Zoals altijd. Twee per zakje, naam erop. Marco eet vlees, ik niet, dus dat vraagt om enige administratie. Ook de krentenbollen worden eerlijk verdeeld. Marco eet ze met boter, ik zonder. Dus de helft gaat met boter in een zakje. De andere helft uiteraard zonder. Zonder boter, wel in een zakje. Bewaren in de koelkast. Naast de blikjes frisdrank. De stroopwafels leggen we voor de zekerheid op het aanrecht, pal naast de koelkast. Kan niet misgaan.
De volgende ochtend gaat vroeg de wekker. Koffie. Bakje yoghurt. Afwassen. Waterflessen vullen. Handtas mee. Nog even naar de wc. Ramen dicht? Check. Deuren op slot? Check. Niets vergeten? Natuurlijk niet!
En weg zijn we.
Een paar uur later krijgen we trek en is het tijd voor ‘n broodje. Onze bus heeft tussen de voorstoelen een kleine koelkast. Ideaal voor onderweg. Je hoeft er niet eens voor te stoppen. We doen het deksel open. Leeg! Geen broodjes. Geen krentenbollen. Geen blikjes frisdrank. Niks. Nada. Noppes. Ik krijg het spontaan warm. Ik. Ik die nooit iets vergeet. Ik ben de broodjes vergeten!
Ze liggen thuis. Keurig verpakt. Per twee. Met onze namen erop. Naast de blikjes frisdrank. In de koelkast. Marco kijkt naar de lege koelkast en vervolgens naar mij: “Dat wordt hongerlijden.”
Maar dit probleem is omvangrijker. Wij blijven namelijk zo’n twee weken weg. Wat nu? Gelukkig heeft onze buurman een sleutel. Mooi. Alleen gaat hij vandaag ook zelf op vakantie. Snel schakelen dus. Anders komen over twee weken onze zorgvuldig gelabelde broodjes zelf de koelkast uitgelopen. Een appje later is de catering geregeld. Niet voor ons, maar voor de buurman. Broodjes, krentenbollen en frisdrank. Keurig verpakt op naam. Alleen niet zijn naam.
Het probleem is opgelost. En één keer iets vergeten kan natuurlijk gebeuren.
Een paar dagen later maken we vanaf de camping een rondje met de gravelbikes. Bidons gevuld, fietsen gepakt en gaan. Na afloop zijn de bidons behoorlijk stoffig, maar die wassen we morgenvroeg wel af. Samen met de rest.
De volgende ochtend is het douchen, daktent inklappen, bus inpakken en afwassen. Alles in de bus? Check. Niets vergeten? Natuurlijk niet!
En weg zijn we.
De volgende dag maken we ons klaar voor een fietsrondje. Fietsen? Check. Fietskleding? Check. Bidons? Oeps. Die liggen nog keurig in het afwashok van de vorige camping.
Nu wordt het wel heel lastig om vol te houden dat wij nooit iets vergeten. Toch doen we dat! Want wij vergeten écht nooit iets. We laten het alleen weleens ergens liggen.